De logica van lef .... en adviesvak (1)

home  •  logica  •  werkboek  •  diensten  •  infobronnen 

 

 

 


The seeds of a tree operate as a doorway for the future, they do not create the tree but organise the process.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zoektocht   logica van lef   logica en adviesvak 

 

Ordening adviesvak met behulp van logica 

De logica van lef, discipline en communicatie vraagt om uitwerking naar de praktijk. De vertaling naar mijn visie op het adviesvak beschrijf ik aan de hand van de peilers, de thema's, van deze logica:

Per thema kom ik tot een ordening van de  visies en modellen van andere onderzoekers/adviseurs. De logica van lef dient daarbij als kapstok en als hulpmiddel om mijn standpunt te bepalen. 

Wereldbeelden en systeemdenken 

Elk levend systeem wil zich ontwikkelen, maar elk systeem kent ook een limiet in zijn sturingscapaciteit. Het sociaal constructivisme geeft niet aan waardoor de grenzen van die logica bepaald worden. Volgens het sociaal constructivisme komen onze werkelijkheidsbeelden tot stand zonder een aan de mens voorafgaande orde die maatgevend kan zijn. Er is geen criterium buiten de inhoud om, om te bepalen wat waar is, wat kwaliteit heeft. In mijn ogen getuigt het van een grenzeloze arrogantie om te beweren dat er geen werkelijkheid buiten de mens bestaat. Ik deel de mening dat de waarneming nooit waardevrij is, maar gezien de beperkingen van het menselijk denkvermogen past dit juist goed in het systeemdenken. Geen enkel systeem kan haar eigen grenzen kennen, tenzij door een "hoger", buiten liggend systeem. Het ligt dus voor de hand dat de mensheid onderdeel is van een groter geheel, dat (nog) niet door ons gedacht kan worden. Waarom zou dat systeem dan geen invloed hebben?

DAVID BOHM noemt dit grotere systeem de generatieve orde, waar alles in alles is "ingevouwen". De generatieve (impliciete) orde ontvouwt zich continu in wat wij als de zichtbare wereld ervaren (de expliciete orde). De mensen nemen deel aan dit ontvouwen. Deze filosofie sluit aan bij veel Oosterse filosofieën, waar het onmeetbare als primaire werkelijkheid wordt beschouwd: de hele structuur en orde van vormen die zich aan waarneming en rede presenteren is een soort sluier, die de echte werkelijkheid bedekt en waarover niets kan worden gezegd of gedacht, maar die zich uit in gevoel. 

Het postmodernisme laat geen ruimte voor spiritualiteit. Met de erkenning van inspiratie van buitenaf zou er immers weer een universele waarheid binnen sluipen. RORTY zegt: "Radicals want sublimity, but liberals want beauty". De ironie staat centraal, om te voorkomen dat iets of iemand gelijk kan krijgen. FRISSEN legt dit uit naar: politiek en bestuur kunnen of willen in de postmoderne informatiesamenleving de grote verhalen van het goede, het rechtvaardige niet meer vertellen. Het grootste probleem dat ik hiermee heb is dat hij hiervoor de onbedoelde gevolgen van het modernisme als argument gebruikt, maar het niet heeft over de onbedoelde gevolgen van het postmodernisme. Hij voldoet daarmee niet aan de kwaliteitseis dat de grenzen aan een opvatting worden aangegeven. Ik zie als onbedoelde gevolgen: stuurloosheid en depressiviteit. Het komt op mij over als: het leven heeft geen zin, laten we er dus maar iets moois van maken voor onszelf. Ik kies zelf toch voor sublimiteit, waar schoonheid een belangrijke plaats in heeft. 

 

De figuur laat zien hoe beelden over werkelijkheid, kennis en wetenschap zich in de loop van de eeuwen hebben ontwikkeld

In de loop van de eeuwen heeft in de filosofie een verschuiving plaatsgevonden van alles is onzeker, daarom zijn er mythen en verhalen nodig (premodernisme) naar alles is zeker, want in natuurwetten vastgelegd (modernisme), naar alles is onzeker want de werkelijkheid bestaat alleen in hoofden van mensen (postmodernisme, sociaal constructivisme). 

In het modernisme zijn er mensen die gelijk hebben. In het postmodernisme  heeft niemand gelijk. Ik pleit voor het reflexivisme: vanuit het meervoudig kijken zijn er zekerheden in het natuurlijk systeem en onzekerheden in het sociaal systeem. De integratie/afstemming daarvan vindt plaats in de reflectie, in de communicatie. Bij de vraag of iemand gelijk heeft is niet de eerste vraag wiens gelijk, zoal WIERDSMA (2001) stelt, maar gelijk waarvoor, in welk systeem. In het natuurlijk systeem is handelen wel voorspelbaar, in het sociaal systeem niet. Er zit dus een risico in het toepassen van logica uit het ene systeem op het andere. Je moet expliciteren voor welk systeem iets geldt.

vervolg logica en adviesvak

terug naar boven