Zoektocht naar logica als kapstok voor ontwikkeling

home  •  logica  •  werkboek  •  diensten  •  infobronnen  


 

  printversie logica

 

WINSTON CHURCHILL:

We shape our buildings, and then they shape us

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij de opvoeding van mijn kinderen probeer ik ook gedragspatronen bij te sturen. Hier leidt helaas weten ook vaak niet tot doen. Er kan sprake zijn van belangentegenstellingen: tussen de korte en de lange termijn, tussen persoonlijk belang en belang van het gezin als geheel. Neem bijvoorbeeld het opruimen van spullen die je hebt gebruikt. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het postmoderne denkers en moderne denkers hebben in mijn ogen beide gelijk, maar in verschillende systemen. 

 

 

 

 

 

zoektocht    logica van lef    logica en adviesvak

Ontwikkeling van eigen logica, een verhaal 


integratie van structuurdenken en procesdenken  
nieuwe inzichten leiden niet vanzelf tot ander gedrag 
gebruik van meerdere invalshoeken is van belang
 
sociaal constructivisme en postmodernisme onbevredigend
 
ontstaan van de logica van lef, discipline en communicatie


Structuurdenken en procesdenken

December 2001. Aantekening in logboek: Voordat ik verder ga in het boek van VAN DONGEN e.a. over kwesties van verschil, lees ik de samenvattingen van onze leesgroep nog eens door. Ik krijg het idee dat er veel mooie (en bruikbare) theorieën zijn, maar dat mijn dagelijkse praktijk vraagt om een eigen benadering. 

Daar gaat ie dan. Ik vind zowel structuurdenken als procesdenken van belang in organisaties. Statische dingen, de "setting" en de relaties tussen mensen vormen samen het geheugen, beïnvloeden elkaar. Mijn argumenten hiervoor:

  • als bioloog heb ik gezien dat elke structuur zijn mogelijkheden en beperkingen heeft
  • als docent heb ik gezien hoe de indeling van een lokaal het gedrag van leerlingen beïnvloedt
  • zelf ben ik gevoelig voor de sfeer van een ruimte
  • bij adviesprojecten heb ik ervaren hoe de setting bij een presentatie of workshop de deelname van de aanwezige personen kan bepalen
  • ik heb ervaren dat bij sommige organisaties de rang die je noemt sterk van invloed is op de manier waarop je benaderd wordt
  • het proces komt vooral tot uiting in de productieregels van de setting, de structuur, de relaties; hoe wordt geheugen gevormd en vastgelegd. 

Ik ben het dus met STRIKWERDA eens dat de inrichting van de organisatiestructuur een belangrijke invloed heeft. Maar daar kan het niet bij blijven. 

cartoon van Mark de Koning, tekenaar en adviseur

Nieuwe inzichten leiden niet vanzelf tot andere gedragspatronen

Het inzicht ontstaat dat elke nieuwe ontdekking van de werkelijkheid ook een herschepping van de werkelijkheid is. Hierdoor kunnen nieuwe verbanden worden gelegd. Het gebruik van verschijnselen uit de ene discipline als metafoor in een andere discipline kan bijdragen aan het leggen van verbanden. "Disciplines" die ik daarvoor gebruik hebben te maken met muziek, ecologie/biologie, docentschap, moederschap.

Inzichten uit de ene situatie leiden niet automatisch tot bewustzijn in een volgende, zelfs soortgelijke, situatie. Het leggen van verbindingen is van belang. ARGYRIS heeft een zeer bruikbare diagnosemethodiek ontwikkeld. Maar de overgang van Model 1 naar Model 2 presenteert hij als een stap die genomen kan worden als je maar eenmaal weet waar je naar toe moet. Dit veronderstelt dat "geheugen" en patronen die in de structuren en cultuur van een organisatie zijn vastgelegd op korte termijn veranderd kunnen worden, wat ik betwijfel. 

Gebruik van meerdere invalshoeken is van belang

Tijdens de BMC (Beroepsopleiding Management Consultant) hebben we diverse docenten hun modellen van en voor de werkelijkheid zien presenteren. En er mee geoefend. In veel gevallen had ik het gevoel: het lijkt zo eenvoudig, waarom kan ik dat dan niet toepassen? Nu ik er op terug kijk zijn er een aantal dingen onderbelicht gebleven:

  1. Situaties zijn veel complexer dan het model. Er zijn meerdere invalshoeken nodig, die vervolgens zorgvuldig geïntegreerd moeten worden tot een rijker beeld. Met name de methodieken gericht op teksten en observables in het hier en nu vereenvoudigen de werkelijkheid te snel naar mijn idee. Het zijn waardevolle methodieken, maar veel zaken ontdek je pas als je mensen en organisaties langer kent. Ik sluit me aan bij SCHEIN: eerst uitgebreid kijken, binnen de tijd die je hebt; daarna kan vereenvoudigen altijd nog. Een gevolg hiervan is dat een intakegesprek of een diagnose liefst met zoveel mogelijk mensen uit de organisatie moet plaatsvinden. 
  2. Veel docenten vergeten te vertellen hoe hun aanpak in jarenlange oefening en ervaring is ontstaan. Het zoekproces wordt vaak niet verteld. 
  3. Er zit een veronderstelling achter dat als mensen zich bewust zijn van hun aanpak dit ook leidt tot een ander handelingsvermogen. Hoe vaak heb ik zelf niet ervaren dat weten maar moeizaam leidt tot een ander gedragspatroon. Alleen in zeer urgente gevallen lukt dat op korte termijn, maar dan is het een kwestie van slikken of stikken. Dit kan ook een interventiestrategie zijn natuurlijk: zeer urgente situaties scheppen. 

 

Postmodernisme en sociaal constructivisme onbevredigend

De boodschap van het postmodernisme, het einde van de grote verhalen over het goede en het ware, geeft me een onbevredigd gevoel. Er zit wel wat in, maar het mist een doel. Het positivistische, moderne denken kent vooral een rationele benadering (er is maar één waarheid, vanuit een natuurwetenschappelijke redenering). Het postmodernisme kent meerder perspectieven, meerdere waarheden. Er is niet een universeel stelsel van normen en waarden te benoemen, vanuit de redenering dat de waarheid een sociaal construct ischt zich op de beleving. 

In de literatuur over sociaal constructivisme binnen Sioo vind ik veel theorie over denken en weinig over voelen en lichamelijke zaken. Alsof het natuurlijk systeem er niet toe doet in organisaties. Man-vrouw verhoudingen lijken geen rol te spelen in organisatieadviesland zoals dat binnen de BMC geschetst wordt (alle docenten van de BMC zijn mannen, zou er een verband zijn?). Vanuit dat gevoel van onvrede over postmodernisme, sociaal constructivisme en de rol van gevoel heb ik gedacht: welke filosofie, welk gedachtegoed vertelt meer over de zaken die ik mis. Zo kwam ik uit bij "De logica van het gevoel" van Arnold CORNELIS (1993). Dit boek had ik al jaren op de plank staan, maar nooit goed gelezen. 

 

Eigen logica wordt noodzakelijk: ontstaan van een de logica van lef .....

Het boek geeft me een stoomcursus over de historie van de filosofie. Als logica het fundament is voor redeneringen en methodieken dan wordt het noodzakelijk om mijn eigen logica te beschrijven. Ik kan er nu niet meer onder uit. 

Op 18 januari 2002 heb ik twee gesprekken met studiegenoten en een gesprek met de programmaleider van de BMC, Ad Boer, over de ontwikkeling van een eigen signatuur. Elk gesprek maakt mij bewuster van wat ik wel en niet wil. Het inzicht ontstaat dat de vraagstukken waar ik mij mee bezig gehouden heb een overeenkomst hebben: hoe organiseren mensen het leerproces in organisaties. 

Terwijl ik de ervaringen over de gesprekken de volgende dag in mijn logboek noteer krijg ik een soort "Yahoo" gevoel: eerst stond het er allemaal en ik begreep wat er stond (meestal), maar ik kon het niet plaatsen in een groter geheel. Nu is er een nieuwe laag ontstaan, een integratiekader dat ik eerst niet kon bedenken. Het schema van de gelaagdheid in de cultuur en de logica van het gevoel bieden een kapstok voor integratie van modellen en managementsystemen. En het biedt mogelijkheden om gevoel, positivisme en sociaalconstructivisme te integreren. 

Als je het verhaal leest van de totstandkoming van een eigen theorie tot dan toe (waarom heb ik het idee dat het nooit meer ophoudt?) dan is dit eenzelfde proces als Naturalistic Inquiry:

  • waarnemingen doen en betekenis geven
  • verzamelen van elementen met betekenissen
  • verbindingen leggen tussen de elementen, waarbij logische verbanden ontstaan, "sensitizing concepts" naar voren komen
  • er komt een hoger systeem, een theorie boven drijven
  • de toetsing van de theorie en de sensitizing concepts bij anderen is van belang, om fouten te kunnen corrigeren. 

Dit laatste heb ik gedaan (en doe ik nog steeds) door: aanschuren tegen de mening van docenten, bestuderen van literatuur, stoeien met vormgeving, oefenen in projecten, gesprekken met sparringpartners, schrijven van stukken. In het werkboek wordt de methode van NI verder besproken. 

 

Waarom de logica van het gevoel mij aanspreekt

Ik ben van mening dat er wel fundamentele waarheden zijn over mensen. Dit zijn de waarden die een kader vormen waar iedereen het over eens is (uitzonderingen daargelaten). De invulling van dat kader kan voor ieder mens anders zijn. De belangrijkste waarde is dat ieder mens, maar ook ieder levend systeem zijn capaciteiten wil ontwikkelen, wil groeien en in leven blijven. Daaraan zijn goed en kwaad af te meten of bespreekbaar te maken. 

Al lezend vallen me voortdurend voorbeelden in: herkenning en verheldering. De logica biedt me een kapstok om ander logica's aan op te hangen:

  • betrekt de mens als geheel, als organisme, als sociaal wezen en als communicatief wezen
  • biedt tegenwicht aan louter rationele redeneringen die gevoel geen rol toekennen
  • de analogie van lichamelijke ontwikkeling en evolutionaire ontwikkeling maakt CORNELIS voor de leerontwikkeling  van kind naar volwassene en de ontwikkeling van de mensheid van een primitieve maatschappij naar een communicatieve maatschappij 
  • herkenbare principes van systeemdenken die ik in mijn biologiestudie al tegenkwam: insluiting in een integrerend systeem en bescherming tegen de buitenwereld van het systeem door een omhulsel, evolutie van systemen
  • de manier waarop CORNELIS zijn kennistheorie verbindt aan kunst vind ik van een grote schoonheid
  • is dermate fundamenteel, integraal, dat de theorie in en aan alle disciplines te illustreren is en ook consequenties heeft voor alle disciplines; biedt een overkoepelende leertheorie
  • bouwt voort op de logica van filosofie in de historie; verwerpt andere logica's niet maar integreert ze door ze in een bepaalde stabiliteitslaag te plaatsen
  • geeft een rol aan emancipatie van mensen, van mannen en vrouwen

Enkele kritische kanttekeningen heb ik ook bij de logica van het gevoel. Die komen aan de orde bij de beschrijving van mijn logica, in de manier waarop ik de logica van CORNELIS heb gewijzigd en aangevuld met de logica van anderen en van mijzelf. 

 

Opstellen van de modellen

Al lezend in de logica van gevoel (en dat duurt wel een paar weken, want het boek telt 750 pagina's; met het maken van aantekeningen er bij haal ik een snelheid van 10-15 pagina's per uur; af en toe toch maar een stukje overgeslagen) valt me in dat CORNELIS de dynamiek van de ontwikkeling van de systemen en de relaties tussen de cruciale factoren wel beschrijft, maar niet in een model laat zien. SENGE tekent zijn archetypen voor ontwikkeling altijd in twee diagrammen: een grafiek in de tijd en een Causal Loop Diagram (wij noemde dat in de biologie gewoon een kringloopdiagram, maar ik zal voortaan van CLD spreken). 

Dus ben ik aan de slag gegaan met het maken van CLD's. Wat is de centrale variabele die zich in de tijd ontwikkelt? Daar heb ik al geruime tijd over na moeten denken. Wat groeit er nu eigenlijk, hoe noem ik dat? De terminologie moet herkenbaar zijn voor de praktijk, anders kan je er niet mee werken. Na veel proberen kwam ik op "ontwikkeling capaciteiten". Vervolgens was de vraag " welke factoren sturen de ontwikkeling van capaciteiten, en wat is het effect, versterkend of remmend? Vele CLD's getekend, soms in het holst van de nacht wakker geworden, briefjes op het nachtkastje. Niet kunnen slapen, weer het licht aan, o ja, dat moet er ook nog bij, of: nee dit klopt niet, het zit anders. 

Het resultaat is een (in ieder geval voor mij) nieuwe theorie: verder naar de logica van lef, discipline en communicatie.

terug naar boven